Practice

🧩 Lexical foundation

🌳 Nouns

This section lists all singular and plural nouns used in the exercises.

Het dorp villageDe dorpen (synonyms: plaats, nederzetting; antonyms: stad)

Het land country; landDe landen (synonyms: staat, natie; antonyms: —)

De stad cityDe steden 👀 (synonyms: plaats; antonyms: dorp, platteland)

🛠️ Verbs

komen come; arrive → 👤 kom 👉 komt (synonyms: arriveren, naderen; antonyms: gaan, vertrekken)

lezen read → 👤 lees 👉 leest (synonyms: doornemen; antonyms: —)

luisteren listen → 👤 luister 👉 luistert (synonyms: beluisteren, aanhoren; antonyms: negeren)


schrijven write → 👤 schrijf 👉 schrijft (synonyms: opschrijven, noteren; antonyms: —)

spreken speak; talk → 👤 spreek 👉 spreekt (synonyms: praten, zich uiten; antonyms: zwijgen)

wonen live; reside → 👤 woon 👉 woont (synonyms: verblijven, resideren; antonyms: —)


zijn be → 👤 ben 👉 is (synonyms: bestaan; antonyms: —)

Verleden tijd en voltooid deelwoord

🔵🧍kwam 🧑‍🤝‍🧑 kwamen ⭕ gekomen (🌱 zijn)

🔵🧍las 🧑‍🤝‍🧑 lazen ⭕ gelezen (🌱 hebben)

🟢🧍luisterde 🧑‍🤝‍🧑 luisterdengeluisterd (🌱 hebben)


🔵🧍schreef 🧑‍🤝‍🧑 schreven ⭕ geschreven (🌱 hebben)

🔵🧍sprak 🧑‍🤝‍🧑 spraken ⭕ gesproken (🌱 hebben)

🟢🧍woonde 🧑‍🤝‍🧑 woondengewoond (🌱 hebben)


🔴🧍was 🧑‍🤝‍🧑 waren ⭕ geweest (🌱 zijn)

🔮Toekomende tijd

🗣️ onderwerp + zullen + infinitief

👤ik — zal; 🙋jij/je — zult*; 👦👩🌀hij/zij/het — zal

🕺🧑‍🤝‍🧑💃wij/we/jullie/zij/ze — zullen

* Jij zult werken. Zal je werken?

🜁 Other

Other important parts of speech

dat that (conjunction)

een a/an (indefinite article)

geboren born (synonyms: ter wereld gekomen; antonyms: ongeboren)


hallo hello (synonyms: hoi, goedendag; antonyms: vaarwel, tot ziens)

ik I

in in (synonyms: binnen; antonyms: uit, buiten)


je you; your (synonyms: jij, jouw; antonyms: —)

nu now (synonyms: momenteel, thans; antonyms: toen)

uit from; out of (synonyms: vanuit; antonyms: in)


wie who (synonyms: welke persoon; antonyms: —)