Practice

🧩 Lexical foundation

🌳 Nouns

This section lists all singular and plural nouns used in the exercises.

Het alfabet alphabetDe alfabetten (synonyms: abc, lettersysteem; antonyms: —)

De klas class; group of studentsDe klassen (synonyms: schoolklas, lesgroep; antonyms: —)

De letter letter; characterDe letters (synonyms: letterteken, schriftteken; antonyms: —)


De naam name; designationDe namen (synonyms: benaming, aanduiding; antonyms: —)

De telefoon telephone; phoneDe telefoons (synonyms: telefoontoestel; antonyms: —)

Het telefoonnummer phone numberDe telefoonnummers (synonyms: contactnummer, nummer; antonyms: —)

🛠️ Verbs

horen hear → 👤 hoor 👉 hoort (synonyms: geluid waarnemen, vernemen; antonyms: —)

kloppen be correct; match; knock → 👤 klop 👉 klopt (synonyms: juist zijn, overeenkomen; antonyms: onjuist zijn, afwijken)

mogen may; be allowed to → 👤 mag 👉 mag (synonyms: toestemming hebben, toegestaan zijn; antonyms: niet mogen, verboden zijn)


opschrijven write down → 👤 schrijf op 👉 schrijft op (synonyms: noteren, vastleggen; antonyms: uitwissen)

schrijven write → 👤 schrijf 👉 schrijft (synonyms: opschrijven, noteren; antonyms: —)

spellen spell → 👤 spel 👉 spelt (synonyms: letter voor letter noemen; antonyms: —)


wachten wait → 👤 wacht 👉 wacht (synonyms: afwachten, blijven; antonyms: doorgaan)

zetten put; place → 👤 zet 👉 zet (synonyms: plaatsen, neerzetten; antonyms: weghalen)

zitten sit → 👤 zit 👉 zit (synonyms: in zittende houding zijn; antonyms: staan, liggen)

Verleden tijd en voltooid deelwoord

🟢🧍hoorde 🧑‍🤝‍🧑 hoordengehoord (🌱 hebben)

🟢🧍klopte 🧑‍🤝‍🧑 kloptengeklopt (🌱 hebben)

🔴🧍mocht 🧑‍🤝‍🧑 mochten ⭕ gemogen (🌱 hebben)


🔵🧍schreef op 🧑‍🤝‍🧑 schreven op ⭕ opgeschreven (🌱 hebben)

🔵🧍schreef 🧑‍🤝‍🧑 schreven ⭕ geschreven (🌱 hebben)

🟢🧍spelde 🧑‍🤝‍🧑 speldengespeld (🌱 hebben)


🟢🧍wachtte 🧑‍🤝‍🧑 wachttengewacht (🌱 hebben)

🟢🧍zette 🧑‍🤝‍🧑 zettengezet (🌱 hebben)

🔵🧍zat 🧑‍🤝‍🧑 zaten ⭕ gezeten (🌱 hebben)

🔮Toekomende tijd

🗣️ onderwerp + zullen + infinitief

👤ik — zal; 🙋jij/je — zult*; 👦👩🌀hij/zij/het — zal

🕺🧑‍🤝‍🧑💃wij/we/jullie/zij/ze — zullen

* Jij zult werken. Zal je werken?

🜁 Other

Other important parts of speech

en and (synonyms: alsook, ook; antonyms: of)

even briefly; for a moment (synonyms: kort, eventjes; antonyms: lang, langdurig)

hoe how (synonyms: op welke manier; antonyms: —)


ja yes (synonyms: jawel, zeker; antonyms: nee)

je your; you (synonyms: jij, jouw; antonyms: —)

mijn my (synonyms: van mij; antonyms: —)


misschien maybe; perhaps (synonyms: wellicht, mogelijk; antonyms: zeker, beslist)

naast next to; beside (synonyms: aan de zijkant van, naastgelegen; antonyms: tegenover)

oké okay; all right (synonyms: akkoord, goed; antonyms: onaanvaardbaar, niet akkoord)