Je gegevens
🧩 Lexical foundation
🌳 Nouns
This section lists all singular and plural nouns used in the exercises.
De achternaam surname ⇉ De achternamen (synonyms: familienaam, geslachtsnaam; antonyms: voornaam)
Het adres address ⇉ De adressen (synonyms: woonadres, contactadres; antonyms: —)
De e-mail email; email message ⇉ De e-mails (synonyms: mail, elektronisch bericht; antonyms: papieren brief)
Het formulier form ⇉ De formulieren (synonyms: invulformulier, invuldocument; antonyms: —)
De geboortedatum date of birth ⇉ De geboortedata 👀 (synonyms: dag van geboorte; antonyms: —)
De geboorteplaats place of birth ⇉ De geboorteplaatsen (synonyms: plaats van geboorte; antonyms: —)
De gemeente municipality; local authority ⇉ De gemeenten (synonyms: lokale overheid, lokale bestuurseenheid; antonyms: —)
Het geslacht sex; gender ⇉ De geslachten (synonyms: sekse, gender; antonyms: —)
Het huisnummer house number ⇉ De huisnummers (synonyms: pandnummer, nummer van het huis; antonyms: —)
De man man ⇉ De mannen (synonyms: mannelijke volwassene; antonyms: vrouw)
De nationaliteit nationality; citizenship ⇉ De nationaliteiten (synonyms: staatsburgerschap, burgerschap; antonyms: —)
De postcode postal code ⇉ De postcodes (synonyms: postale code, adrescode; antonyms: —)
De straat street ⇉ De straten (synonyms: weg, verkeersweg; antonyms: —)
De voornaam first name ⇉ De voornamen (synonyms: persoonlijke naam; antonyms: achternaam)
De vrouw woman ⇉ De vrouwen (synonyms: vrouwelijke volwassene; antonyms: man)
De woonplaats place of residence ⇉ De woonplaatsen (synonyms: verblijfplaats, plaats van wonen; antonyms: —)
🛠️ Verbs
bellen to call by phone → 👤 bel 👉 belt (synonyms: telefoneren, opbellen; antonyms: ophangen)
invullen to fill in → 👤 vul in 👉 vult in (synonyms: completeren, gegevens noteren; antonyms: leeglaten)
vragen to ask; to inquire → 👤 vraag 👉 vraagt (synonyms: informeren, navragen; antonyms: antwoorden)
⌛ Verleden tijd en voltooid deelwoord
🟢🧍belde 🧑🤝🧑 belden ⭕ gebeld (🌱 hebben)
🟢🧍vulde in 🧑🤝🧑 vulden in ⭕ ingevuld (🌱 hebben)
🔵🧍vroeg 🧑🤝🧑 vroegen ⭕ gevraagd (🌱 hebben)
🔮Toekomende tijd
🗣️ onderwerp + zullen + infinitief
👤ik — zal; 🙋jij/je — zult*; 👦👩🌀hij/zij/het — zal
🕺🧑🤝🧑💃wij/we/jullie/zij/ze — zullen
* Jij zult werken. Zal je werken?
🖍️ Adjectives
🔵 eigen own; one's own (synonyms: persoonlijk, van zichzelf; antonyms: andermans)
🟢 snelle fast; quickly ▶️ snellere 🏆 snelste (synonyms: vlug, rap; antonyms: langzaam, traag)
🜁 Other
Other important parts of speech
dan then; afterwards (synonyms: daarna, vervolgens; antonyms: ervoor)
met with (synonyms: samen met, door middel van; antonyms: zonder)
wat what (synonyms: welke zaak; antonyms: —)
zo so; in this way (synonyms: op deze manier, aldus; antonyms: anders)