Mijn leven in Nederland
🧩 Лексична основа
🌳 Іменники
У цьому розділі перелічено всі іменники в однині та множині, використані у вправах.
Het dorp село ⇉ De dorpen (синоніми: plaats, nederzetting; антоніми: stad)
Het land країна; земля ⇉ De landen (синоніми: staat, natie; антоніми: —)
De stad місто ⇉ De steden 👀 (синоніми: plaats; антоніми: dorp, platteland)
Het kind дитина ⇉ De kinderen 👀 (синоніми: jong mens; антоніми: volwassene)
De maand місяць ⇉ De maanden
De school школа ⇉ De scholen (синоніми: onderwijsinstelling; антоніми: —)
De winkel магазин; крамниця ⇉ De winkels (синоніми: zaak, verkooppunt; антоніми: —)
Het cijfer цифра; оцінка ⇉ De cijfers (синоніми: getalsymbool, schoolbeoordeling; антоніми: —)
De dochter донька ⇉ De dochters (синоніми: vrouwelijk kind; антоніми: zoon)
De jongen хлопчик; юнак ⇉ De jongens (синоніми: mannelijk kind, knul; антоніми: meisje)
Het meisje дівчинка; дівчина ⇉ De meisjes (синоніми: vrouwelijk kind, meid; антоніми: jongen)
De zoon син ⇉ De zonen 👀 (синоніми: mannelijk kind; антоніми: dochter)
🛠️ Дієслова
gaan йти; їхати → 👤 ga 👉 gaat (синоніми: zich verplaatsen, vertrekken; антоніми: komen, blijven)
hebben мати → 👤 heb 👉 heeft (синоніми: bezitten, beschikken over; антоніми: missen, ontberen)
komen приходити; прибувати → 👤 kom 👉 komt (синоніми: arriveren, naderen; антоніми: gaan, vertrekken)
leren вчитися; навчати → 👤 leer 👉 leert (синоніми: kennis opdoen, onderwijzen; антоніми: vergeten)
lezen читати → 👤 lees 👉 leest (синоніми: doornemen; антоніми: —)
luisteren слухати → 👤 luister 👉 luistert (синоніми: beluisteren, aanhoren; антоніми: negeren)
schrijven писати → 👤 schrijf 👉 schrijft (синоніми: opschrijven, noteren; антоніми: —)
spreken говорити; розмовляти → 👤 spreek 👉 spreekt (синоніми: praten, zich uiten; антоніми: zwijgen)
vertellen over розповідати про → 👤 vertel over 👉 vertelt over (синоніми: praten over, verslag doen van; антоніми: verzwijgen)
werken працювати → 👤 werk 👉 werkt (синоніми: arbeiden, werkzaamheden verrichten; антоніми: rusten)
wonen мешкати; проживати → 👤 woon 👉 woont (синоніми: verblijven, resideren; антоніми: —)
zijn бути → 👤 ben 👉 is (синоніми: bestaan; антоніми: —)
⌛ Verleden tijd en voltooid deelwoord
🔵🧍ging 🧑🤝🧑 gingen ⭕ gegaan (🌱 zijn)
🔴🧍had 🧑🤝🧑 hadden ⭕ gehad (🌱 hebben)
🔵🧍kwam 🧑🤝🧑 kwamen ⭕ gekomen (🌱 zijn)
🟢🧍leerde 🧑🤝🧑 leerden ⭕ geleerd (🌱 hebben)
🔵🧍las 🧑🤝🧑 lazen ⭕ gelezen (🌱 hebben)
🟢🧍luisterde 🧑🤝🧑 luisterden ⭕ geluisterd (🌱 hebben)
🔵🧍schreef 🧑🤝🧑 schreven ⭕ geschreven (🌱 hebben)
🔵🧍sprak 🧑🤝🧑 spraken ⭕ gesproken (🌱 hebben)
🟢🧍vertelde over 🧑🤝🧑 vertelden over ⭕ verteld over (🌱 hebben)
🟢🧍werkte 🧑🤝🧑 werkten ⭕ gewerkt (🌱 hebben)
🟢🧍woonde 🧑🤝🧑 woonden ⭕ gewoond (🌱 hebben)
🔴🧍was 🧑🤝🧑 waren ⭕ geweest (🌱 zijn)
🔮Toekomende tijd
🗣️ onderwerp + zullen + infinitief
👤ik — zal; 🙋jij/je — zult*; 👦👩🌀hij/zij/het — zal
🕺🧑🤝🧑💃wij/we/jullie/zij/ze — zullen
* Jij zult werken. Zal je werken?
🜁 Інше
Інші важливі частини мови
dat що (сполучник)
een неозначений артикль
geboren народжений; народжена (синоніми: ter wereld gekomen; антоніми: ongeboren)
getrouwd одружений; одружена (синоніми: gehuwd, in de echt verbonden; антоніми: ongehuwd)
geen жоден, жодна, жодне; немає (синоніми: geen enkele, niet één; антоніми: wel)
hallo привіт (синоніми: hoi, goedendag; антоніми: vaarwel, tot ziens)
ik я
in у; в (синоніми: binnen; антоніми: uit, buiten)
je ти; твій, твоя, твоє (синоніми: jij, jouw; антоніми: —)
naar до; у/на (напрямок) (синоніми: in de richting van; антоніми: van)
Nederland Нідерланди
Nederlands нідерландська мова; нідерландський (синоніми: Nederlandse taal; антоніми: —)
niet не (синоніми: geenszins; антоніми: wel)
nu зараз (синоніми: momenteel, thans; антоніми: toen)
uit з; із (синоніми: vanuit; антоніми: in)
wie хто (синоніми: welke persoon; антоніми: —)
één один (синоніми: 1; антоніми: geen)
twee два (синоніми: 2, een paar; антоніми: —)